Geplaatst door op 18 July 2014
thumb
Internetkenner en journalist Clive Thompson sprak in De Nieuwe Poort over de zegeningen en valkuilen van internet. De wereld is vol doemdenkers over het digitale tijdperk, maar Thompson is naast kritisch ook optimistisch. ‘Public thinking maakt ons slimmer.’ 

Eduard Holst Pellekaan voor De Nieuwe Poort

Een kwikzilverachtige denker en spreker als Clive Thompson is soms moeilijk te volgen, ondervond het tweehonderdkoppige publiek in De Nieuwe Poort op donderdagavond 26 juni. Maar dat ligt allesbehalve aan de kwaliteit van zijn denken en spreken. Het was de snelheid.

De snelheid van het hedendaagse leven, aangejaagd door de grootste technologische innovatie van onze tijd: internet, baart ons soms zorgen. Reflecteren we nog wel? Leven we niet te veel in een permanent nu, waarin bijvoorbeeld de politicus zich verplicht voelt op alles en iedereen direct te reageren, waardoor diepte en verband – die je van hem mag verwachten – uit het zicht raken en alleen maar actie en reactie op de actualiteit overblijven, visie en inzicht verdwenen zijn?

2

De rap van de tongriem gesneden Clive Thompson, Canadees van geboorte, journalist voor o.a. Wired en New York Times, is een optimistisch ingesteld mens. Bij hem is het glas nu eenmaal eerder halfvol dan halfleeg.  Op de door John Adams Institute georganiseerde avond, in samenwerking met Mave Publishing en Pakhuis De Zwijger, schoot hij in vogelvlucht door een aantal thema’s heen, aangesneden in zijn boek We Worden Steeds Slimmer. Hij werd daarbij mooi in het gareel gehouden door journalist Yvonne Zonderop, die de thema’s goed benoemde en afbakende.

Over de kwaliteit van ons denken ging het, bijvoorbeeld. Maakt internet ons slimmer of dommer? Thompson denkt uiteindelijk slimmer. Negentig procent van wat we aan boodschappen de wereld insturen, doet ‘dommer’ vermoeden. Maar het is wat dat betreft met de mensheid nooit anders geweest: we zijn sociale wezens, we willen graag contact, en daar maken we geluid bij. Of in dit geval: tekstberichtjes met maximaal 140 tekens. Meestal niet bijster intelligent. Maar toch. Thompson vertelde dat hij in de metro graag over de schouders van medereizigers  meekijkt om te zien wat ze tweeten. “Mensen doen gemiddeld vier minuten over zo’n zinnetje. Een intensief proces van tikken, wissen en opnieuw beginnen. We doen er vaak enorm ons best op. We willen niet dom overkomen.”

3(1)

Hij vervolgde met de volgende constatering: internet betekent publiceren, betekent publiek, desnoods ingebeeld, in ieder geval iets waar je rekening mee houdt. En zoals dat werkt wanneer je je bekeken en beoordeeld weet: je probeert je zo slim en interessant mogelijk voor te doen. Positiever geformuleerd: je probeert het beste uit jezelf te halen en zo goed mogelijk voor de dag te komen.

Thompson maakt onderscheid tussen ‘public’ en ‘private thinking’. “We zijn gevormd door het idee dat je het echte diepe nadenken alleen en teruggetrokken doet – zie De Denker van Rodin. Maar het publieke denken dat zich online afspeelt, en waar je, bloggend en twitterend – schrijvend, dus, met elkaar gedachten deelt en ideeën aanvult, heeft een nieuwe, ongekende scheppende kracht waar we veel profijt van hebben. Of het nu gaat om de crowdmaps van Ushahidi waarmee bij rampen razendsnel het gebied, de noden en de logistieke mogelijkheden in kaart worden gebracht – ze doen dat zo goed dat hulporganisaties als UNHCR erop vertrouwen. Of dat een aantal fanatiekelingen met elkaar een oud fuzz-pedaal van Jimi Hendrix weer aan de praat weet te krijgen. Vroeger zou zoiets onmogelijk zijn geweest. We veranderen van ‘mostly private thinkers’ in ‘partly public thinkers’.”

1

Is internet ook een goed medium voor maatschappelijke veranderingen, voor social change? Thompson is daar nog niet uit, maar denkt eigenlijk van niet. Online kan een goede tool zijn voor bewustwording, verder niet, vooralsnog. Misschien, mijmerde hij, weerhoudt internet mensen er eerder van om echt in actie te komen en is de verleiding groot om je engagement te beperken tot een ‘like’ hier en daar.

De veelgehoorde klacht dat internetcontact het echte contact, het echte gesprek van mens tot mens, vervangt en dat daarmee ons sociale leven verarmt, onderschrijft hij niet. Hij haalt een studie aan van menselijk gedrag in het park dertig jaar geleden en nu. En ja, we kijken iets meer op schermpjes dan vroeger, maar het verschil is niet enorm. Het contact met onze omgeving blijft hetzelfde. “We zijn sociale wezens en willen echt graag echt contact met elkaar hebben. Het lijkt alsof de schermpjes alles overnemen, maar dat is vooral zo voor de mensen die zich aan die schermpjes storen. Dan ga je het overal zien. De praktijk, blijkt uit wetenschappelijk onderzoek, is genuanceerder.”

Dat geldt ook voor Thompson zelf. “Op vrijdagavond log ik uit, op maandagochtend log ik weer in. Internet is een fantastisch medium, je moet er wel mindful mee omgaan.”

4