Geplaatst door op 19 April 2015

6333089160_700bca2c38_b

Onlangs hield ik voor een gezelschap van bankmedewerkers een verhaal over de opkomst van robots. Tijdens de discussie vroeg iemand: gelooft u dat de bank als instituut over tien jaar nog bestaat? Een terechte vraag, gezien alle technologische ontwikkelingen. Maar wie was hier deskundig: zij toch meer dan ik? Ik speelde de vraag terug naar het publiek: wat denken jullie zelf?

Het antwoord was onthutsend. Een ruime meerderheid ziet de bank binnen nu en tien jaar het loodje leggen. Hun eigen bank, hun eigen baan, ten prooi gevallen aan een veranderend speelveld.

Mij schoot een uitspraak te binnen van mediacriticus Douglas Rushkoff. ‘Het is voor mensen gemakkelijker om te geloven in de Apocalyps dan te weten wat hen over vijf jaar boven het hoofd hangt.’ Want onzekerheid over de nabije toekomst verlamt.

Het is niet dat mensen de kop in het zand steken. Ze zien de consequenties van de digitale opmars heus wel. Maar waar moeten ze met hun inzicht naartoe? De raad van bestuur is druk met andere dingen: een beursgang bijvoorbeeld of een cultuurverandering. Maar de dreigingen zelf blijven onbesproken. Zo krijgt fatalisme vanzelf vrij spel.

Ik begrijp best dat de gemiddelde bankdirecteur het lastig heeft. De tijd van gemakkelijk geld verdienen is voorbij. De rente is laag, de regelgeving scherp, het aanzien in de samenleving belabberd. Tegelijk staan Apple en Google klaar om de financiële sector binnen te dringen. Wat te doen?

Mijn advies aan bankdirecteuren: ga in gesprek met medewerkers. Hoe zien zij de toekomst? Ik hoorde al diverse suggesties voor een nieuwe aanpak – blijken van betrokkenheid, niet van cynisme. Als je de onzekerheden benoemt, krijgt verlamming minder kans. Wie weet welke goede ideeën dit oplevert. En misschien bestaat de bank over tien jaar dan nog steeds!

Deze column verscheen in SER Magazine. Beeld via Flickr