Geplaatst door op 31 January 2014

IBM_Watson1

Als u de naam Watson hoort, denkt u misschien aan Sherlock Holmes. De geweldig geacteerde BBC-serie over een hedendaags Sherlock en Watson-duo is het betere soort tijdsbesteding, zeker voor anglofielen. Maar Amerikanen associëren Watson met iets anders. Hij, of moeten we zeggen ‘het ding’, won twee jaar geleden op daverende wijze de culturele kennisquiz Jeopardy op tv. In één klap werd voor Amerikanen zichtbaar hoe slimme computers de mens dreigen voorbij te streven.

Watson is het paradepaardje van IBM. Dit bedrijf maakte eerder indruk met schaakcomputer Deep Blue, die wereldkampioen Gary Kasparov versloeg. Watson vertegenwoordigt de volgende stap. De supercomputer is gevuld met boeken, referenties, encyclopedieën, romans, Bijbels, toneelstukken, noem maar op. Hij is zodanig geprogrammeerd dat hij iedere tekst kan analyseren. Daarna stelt hij statistisch vast wat voor soort woorden verband houden met die tekst. Watson beschikt over honderden technieken om teksten te analyseren en te vergelijken. Daardoor kan hij associatief antwoorden. Het is geen zoekmachine, zoals Google, maar een ‘antwoord-op-vragen-machine’, aldus Clive Thompson in zijn boek Smarter than you think. Als Watson een vraag moet beantwoorden zoekt hij door 200 miljoen bladzijden – het equivalent van 2000 boeken – in drie seconden tijd. Daar kan geen mens tegenop.

Je zou er behoorlijk angstig van worden – en er zijn genoeg mensen dat dit ook zijn. Maar toch heeft Watson sinds zijn televisiedebuut niet de opmars gemaakt die velen hem toeschreven. Wie had eigenlijk behoefte aan een supercomputer die alles weet en alles kan associëren? IBM moest opnieuw nadenken en kwam eind vorig jaar met het antwoord. Watson werd gebombardeerd tot een aparte divisie, gestationeerd in New York, met 2500 werknemers en $100 miljoen investeringskapitaal. Het nut van de supercomputer is tevens duidelijk gemaakt: helpen orde te scheppen in de zee van data die bedrijven en overheden weliswaar verzamelen maar niet weten te verwerken tot raadzame en nuttige info.

Virginia Rometty, de vrouwelijke opperbaas van IBM, zei tegen tegen de New York Times: ‘Watson kan veel meer dan het zoeken naar de naald in een hooiberg. Hij begrijpt de hooiberg, want hij begrijpt context. Hij leert van zijn eigen ervaringen en van onze omgang met hem. Hij wordt steeds slimmer en zijn oordeel wordt steeds beter.’ Om die reden werken onderzoekers van IBM nu bijvoorbeeld met mijnbouwbedrijven als Thiess in Australië. Op basis van verzamelde data kan Watson voorspellen welke machines en trucks op welk moment bepaald onderhoud vergen. Maar de computer levert ook inzicht in weersomstandigheden, in bodemonderzoek, en zelfs in de beste economische modellen voor het mijnbouwbedrijf.

Tegelijkertijd is er een medische versie van Watson in de maak. Deze computer krijgt alle medische research en case studies gevoed die jaarlijks verschijnen – meer informatie dan welke arts ook zou kunnen lezen, laat staan onthouden. Bij IBM gaan ze ervan uit dat artsen Watson straks inschakelen om betere diagnoses te kunnen stellen tijdens het consult. Omdat Watson statistisch denkt, geeft hij een aflopende lijst met suggesties. De dokter maakt daaruit dan haar beste keuze.

Als deze manier van werken inderdaad van de grond komt, is het wachten op navolging, bijvoorbeeld door juristen. Over zo’n tien jaar, schatten ze bij IBM, kan Watson op een laptop draaien. Dan beschikken we allemaal over een krankzinnig groot geheugen dat ook nog associatief op onze vragen reageert. Wat zullen daarvan de consequenties zijn?