Geplaatst door op 29 March 2014

Interview met de Italiaanse filosoof Luciano Floridi

politiek_575

Hoe beïnvloedt de digitale revolutie ons denken? Op verzoek van de Europese Commissie schreef de Italiaanse filosoof Luciano Floridi samen met collega’s het Onlife-manifest. Wat is des computers? Wat blijft van de mens?

Het is een frisse maar zonnige dag in het centrum van Oxford. Laat-middeleeuwse universiteitsgebouwen baden in schilderachtig licht. Plukjes toeristen dralen rond, alsof ze voelen dat ze met hun aanwezigheid een gewijde rust verstoren. Alles ademt hier historische bedachtzaamheid.

In de stenen poort van New College, een van Oxfords oudste colleges, wacht Luciano Floridi mij op. Hij draagt een blauwe muts die zijn Zuid-Europese afkomst verraadt. Floridi is een Italiaanse filosoof die al meer dan twintig jaar in Engeland woont, een Europese Brit met een indrukwekkend academisch cv. Hij is hoog­leraar filosofie en ethiek van informatie aan het Oxford Institute of Internet.

Floridi heeft de afgelopen twee jaar een opdracht vervuld die menig filosoof groen van jaloezie zou moeten kleuren. Op verzoek van de Europese Commissie maakte hij een filosofische beschouwing over het effect van de digitale revolutie op ons denken. Wat verandert er precies door de nieuwe communicatiemogelijkheden? Wat doet de overvloed aan informatie met onze denkbeelden? Kijken we anders naar onszelf dan voorheen? En wat zijn daarvan de implicaties voor Europees beleid en regelgeving?

Geen geringe vragen, al was het maar omdat de digitale revolutie nog lang niet is uitgewoed. Filosofie die deze beweging duidt is per definitie work inprogress, zoals Floridi zelf zegt. Toch maakte hij een rapport en een manifest, samen met een groep Europese filosofen, onder wie de Nederlanders Mireille Hildebrandt en Peter-Paul Verbeek. Ze noemden hun project Onlife, een samentrekking van ‘online’ en ‘life’, waarmee ze de boodschap willen afgeven dat het onderscheid tussen die twee niet meer bestaat. Als ondertitel kozen ze: Mens zijn in een hyperconnected tijdperk. Het is de kernvraag van hun project. Wat is des computers, robots inbegrepen? Wat blijft van de mens?

Floridi neemt vanmiddag ruim de tijd om het ambitieuze project toe te lichten. We drinken Engelse cappuccino’s, die hem een gruwel moeten zijn, in een kantine van de universiteit. Hij pijnigt z’n hersenen voor voorbeelden die het abstracte verhaal kunnen verduidelijken. De Onlife-groep neemt geen stellingen in. Hun leden zijn niet voor of tegen de ict-revolutie. Hun ambitie reikt veel verder. Ze proberen de vinger te leggen op de onderliggende verschuivingen die gepaard gaan met de opmars van de computer. Dat zoveel mensen op dit moment bezorgd zijn over de toekomst zien zij als een aanwijzing dat ons oude begrippenkader niet meer voldoet.

‘Onze concepten schieten te kort’, zegt Floridi. ‘We zitten in een tijd van radicale transformatie. De computerrevolutie verandert het beeld van onszelf en de manier waarop we met elkaar omgaan. Het verandert ons begrip van de realiteit en onze omgang daarmee. We hebben nieuwe concepten nodig waarop we ons denken kunnen baseren. Pas dan kunnen we de nieuwe tijd begrijpen.’ Het Onlife-project wil daar een aanzet voor geven.

De digitale technologie luidt een nieuwe fase in van de menselijke geschiedenis, zegt u. Dat is een flinke bewering.

‘Zeker. Laat mij het verduidelijken. In de jaren negentig dacht men dat de verspreiding van informatie internet tot een revolutionair medium maakte, zoals de boekdrukkunst van Gutenberg. Maar dat is een verkeerde vergelijking. Boeken hebben twee functies: ze leggen het heden en het verleden vast en ze dragen dat over. Maar de computer voegt daar een extra functie aan toe: hij verwerkt zelf informatie. Een mooi citaat van Plato luidt: als je een vraag stelt aan een boek zal het boek niet antwoorden, want een boek is een dode weergave. Maar als je vandaag een vraag stelt aan je iPhone krijg je wel antwoord. Google Maps wijst je de snelste route, een app wijst je een restaurant op basis van jouw voorkeur. Het apparaat geeft antwoord. Hij verwerkt informatie voor ons.

Dat is in de geschiedenis van de mensheid nog nooit gebeurd. We staan aan het begin van een nieuw verhaal. We zijn rond de eeuwwisseling een nieuw tijdperk in gegaan, waarin automatische systemen voor ons zaken zijn gaan regelen, ongeacht of wij ons er bewust van zijn. Als je je huis binnenloopt, zie je de groene lichtjes van je wifi constant bliepen. Die wifi communiceert constant met je smartphone, je computer, je printer, je digitale tv. Morgen praten ze met je auto. En overmorgen communiceren ze met je vaatwasser of je koelkast. Het overgrote deel van het dataverkeer vindt plaats tussen computers, niet tussen mensen. Het is een soort achtergrond, een soort behang, dat ons in staat stelt andere dingen te doen. Het vergt een immense hoeveelheid data en een immense hoeveelheid verwerking. Dus zijn computers vergelijkbaar met boeken? Ik dacht het niet. Het is een totaal ander spelletje.’

Veel mensen zullen denken: handig, al die communicatie tussen apparaten. Maar om nu van een revolutie te spreken?

‘Toch denk ik dat in de toekomst op de huidige periode zal worden teruggekeken als een unieke tijd. De meeste mensen hebben nog een wereld gekend zonder mobiele telefoons en zonder internet. Sindsdien zijn er onomkeerbare stappen gezet. Er komt nooit meer een wereld zonder internet of zonder mobiele apparaten. Nieuwe generaties weten niet beter. Iedereen van zestien, zeventien jaar denkt dat Facebook er altijd is geweest. Eerst waren we getuige van de grote overstap naar de informatiesamenleving. Nu staan we op de drempel van een toekomst die verbazende dingen gaat brengen. Onze generatie ervaart dat nog – jongeren zijn al niet meer in staat om de wereld te bezien met niet-digitale ogen.’

U en ik staan op de drempel van de geschiedenis?

‘Iemand zei: iedere generatie beschouwt zichzelf als bijzonder. Dat mag waar zijn, maar soms ben je in Parijs op de juiste dag, soms ben je in Boston op de juiste dag, soms vindt er echt een revolutie plaats. We hebben in de afgelopen vijf jaar meer data verzameld dan in de gehele menselijke geschiedenis. Een bank kan tegenwoordig checken of iemand kredietwaardig is, simpelweg door na te gaan of hij zijn e-mails schrijft in kapitalen. Want als iemand dat doet, correleert dat positief met mensen die slecht afbetalen. Zoiets kun je alleen maar weten als je over een gigantische hoeveelheid data beschikt.’

En we kunnen deze revolutie niet keren?

‘Nee, dat gaat niet, deze weg gaat maar één kant op. Sommige mensen zien daar iets deterministisch in, alsof de toekomst bij voorbaat vast staat. Maar het is niet of/of. Ik vergelijk het met tuinieren. Als je tulpenbollen plant, weet je zeker dat je geen rozen krijgt. Maar of de tulpen ook uitkomen, hangt mede af van de zorg die je ze geeft. Niemand is in staat het internet stop te zetten. Maar bestaat Facebook over vijf jaar nog? Ik weet het werkelijk niet. Hierover nadenken helpt voorkomen dat je terugvalt in extreme posities, zoals “alles is voorbestemd” of “alles is open”.’

Nadenken is filosofen natuurlijk wel toevertrouwd. Maar de Onlife-groep heeft om wille van haar project ook state of theart informatie moeten verzamelen om te kunnen inschatten welke technologische ontwikkelingen er nu echt toe doen en welke sciencefiction zullen blijven. Hun manifest identificeert vier grote bewegingen die onze tijd revolutionair veranderen. Nummer één: het onderscheid tussen echt en virtueel vervaagt. Kijk alleen al naar de spectaculaire groei in videospellen, niet alleen ter ontspanning maar ook ter simulatie. Enerzijds kunnen we met een 3D-printer steeds meer eigen spullen maken, zegt Floridi, anderzijds worden grote, internationale merken steeds meer waard. ‘Als ik vijftien jaar was, zou ik flink in de war zijn.’ Wat is echt en wat is virtueel?

Het plaatst een wezenlijk begrip als eigendom in een ander daglicht, betoogt hij. ‘Als ik een boek download op mijn Kindle is het niet van mij. Daarom kan ik het niet verkopen. Maar maakt mij dat iets uit? Het gaat mij erom dat ik het kan lezen wanneer ik wil. We gaan van een cultuur van eigendom naar een cultuur van gebruik. Dit brengt de online revolutie met zich mee. Vroeger had je alleen toegang tot spullen als je ze ook daadwerkelijk bezat. Maar nu zie je het zelfs bij auto’s: in plaats van er een te kopen, gebruik je er een als je ’m nodig hebt. Wij zeggen dat het denken over bezit plaats moet maken voor denken over gebruik. Er is een groot verschil tussen het stelen van een dvd uit een winkel en het downloaden van een file van het web. Want downloaden haalt het niet weg bij jou, het maakt alleen dat je iets kunt delen. Daar stelt het hyperconnected tijdperk ons bij uitstek toe in staat.’

Een tweede onderscheid dat vervaagt, is het verschil tussen kunstmatig en natuurlijk, zegt het Onlife-manifest. Waar ligt de grens tussen mens, machine en natuur? Floridi noemt de Amerikaanse Cathy Hutchinson die vijftien jaar verlamd was en die met haar brein een robotarm heeft leren aansturen. Van wie is dan die arm? Deze vraag komt in allerlei gedaanten op ons af. Als wij organen namaken, vervangen of zelfs verbeteren, zijn ze dan kunstmatig of natuurlijk? Doen die begrippen nog ter zake?

De derde revolutionaire beweging is de overgang van schaarste naar overdaad aan informatie. Het is nuttig en handig dat er zoveel informatie beschikbaar is, denk je als consument. Maar Floridi waarschuwt dat het geheel nieuwe vragen met zich meebrengt. Er is niet genoeg ruimte om alle data die worden verzameld ook op te slaan. Dit betekent dat komende generaties moeten beslissen wat we bewaren en waarom. Daarmee bepalen zij de geschiedenis en het geheugen van de mensheid. ‘Dat zijn beslissingen met enorme impact’, zegt Floridi met gevoel voor understatement.

En dan is er nog het effect op de individuele mens. In de nieuwe tijd functioneert de mens als een knooppunt van relaties, als een relationeel wezen, in plaats van als een eenduidig individu, zegt het Onlife-manifest. Dit is de vierde revolutionaire beweging: interacties definiëren de mens. Dit betekent dat we ons moeten aanleren om relationeel te denken.

U schrijft dat deze revolutie met zich meebrengt dat mensen moetenleren denken in meervouden, in plaats van te denken in dualiteit of tegenstellingen. Dat is voor de westerse mens nogal een opgave.

‘Dat is helemaal waar. Ik weet niet eens zeker of het mogelijk is. Maar het is wel de moeite van de poging waard. Ons denken is altijd gevormd door tegenstellingen als ja of nee, zwart of wit, waar of niet waar, links of rechts. Het is de grammatica van ons denken. Denken in meervoud vergt scholing, wijsheid, een zekere openheid jegens andere visies.

De meeste interessante dingen gebeuren in het grijze gebied. Ja, zwart en wit bestaan, maar de meeste dingen zijn een tint grijs, als ik flauw mag zijn. Laat me een voorbeeld geven. Als je iemand vraagt om voedsel te beschrijven, begint hij meteen te denken aan wat je wel en niet kunt eten, wat lekker is en wat niet, wat gezond is en wat niet. Maar voedsel is afhankelijk van wie aan tafel zit. Een biefstuk is geen voedsel voor een koe, maar een baal gras is echt geen voedsel voor mij. De les luidt dat voedsel, een van de belangrijkste aspecten van ons leven, een relationeel ding is. Het vergt zowel het spul als degene die het eet om voedsel te zijn.

Hetzelfde geldt voor de vraag of iemand lang is. Misschien wel in dit land, maar niet in andere landen. Als je dat mensen voorhoudt, zeggen ze soms: als het zo ligt, dan kan alles, dan maakt niets meer uit. Alles is relatief. Maar nee, dat is niet waar, alles is niet relatief, want een koe eet geen biefstuk en ik eet geen gras. Het is relationeel, het hangt af van de relatie. Veel mensen vinden dit zeer verwarrend. Maar eigenlijk speel je een spel met drie stukken in plaats van twee.’

Het klinkt een stuk ingewikkelder dan denken in tegenstellingen. Kan iedereen zich dit eigen maken?

‘Dat hangt ervan af. Ik denk dat het een culturele kwestie is. Het is als taal. Ieder kind kan een taal leren. Maar vooral wij westerlingen hebben een manier van denken die subject en object onderscheidt. Dat is heel handig als je snel beslissingen moet nemen en snel dingen moet onderscheiden. Het is een aristotelische manier van denken. Maar het helpt niet echt als de dingen genuanceerd en ingewikkeld worden. Een binaire geest krijgt moeilijk greep op nieuwe, veelvormige ontwikkelingen die nog lang niet zijn uitgekristalliseerd. Daarom denk ik dat onze culturele filosofie een update nodig heeft. In ons manifest doen wij ons best om dit denken in meervouden te promoten. Maar zonder, en dat is erg belangrijk, te vervallen in relativisme. Want ook relativisme is een manier van zwart-witdenken: alles is dan even veel of even weinig waard. Het goede nieuws is dat de technologische samenleving waar wij op af koersen ons stimuleert te denken in termen van relaties. Toen wij studeerden, dachten we niet in termen van knooppunten in een netwerk. Je had individuen en je had de samenleving. Maar nu vervult een individu ook een functie als knooppunt voor de vele relaties die hij of zij onderhoudt. Ik denk dat nieuwe generaties daar gemakkelijker mee omgaan.

Dit is een oud filosofisch onderwerp. De zin van je leven komt van anderen om je heen, van je kinderen, je ouders, je vrienden. Jij bent de dochter van iemand, de moeder van iemand. Je bent een knooppunt in een netwerk en het netwerk geeft jouw bestaan betekenis. In dat geval kun je maar beter zo veel mogelijk zorg en aandacht aan dat netwerk geven. Het denken over het individu als maatstaf mist het punt. Dit wordt vaak verwaarloosd. De politiek rent achter de economie aan, er is geen tijd om na te denken, want er moeten oplossingen worden gevonden.’

Dat is nu juist een verwijt aan de technologie: dat het allemaal zo snel gaat. Hoe kun je dan pleiten voor grondig nadenken?

‘Ik zeg wel eens: als je een grote stap moet zetten, heb je een lange aanloop nodig. En we gaan echt een grote verandering meemaken die het leven van miljoenen mensen gaat beïnvloeden. Wil je dan niet even een stapje naar achteren zetten om erover na te denken? Ervan uitgaand dat je daarna ook die grote stap vooruit zet. En niet stapjes terug zet om vervolgens in je ivoren toren te kruipen.’

Onze samenleving is anders nog steeds georganiseerd volgens de denk­wijzen van onze generatie.

‘Hier leg je de vinger op een zere plek. De mensen met macht in een liberale samenleving zijn nu eenmaal oud. Dat speelt in de politiek, in het bedrijfsleven, aan de universiteit, in de media. Dat zijn de mensen die vorm geven aan de feiten en aan de interpretatie van de feiten. Maar het zijn geen digital natives. Het is moeilijk voor onze generatie om hiermee om te gaan. Het gaat om vraagstukken die we slecht begrijpen. Misschien is het beter om wat vaker te luisteren, hoe saai dat ook mag klinken. In parlementen die nu over wetgeving besluiten, is de gemiddelde leeftijd vijftig, soms zestig. Ik zou oprecht hopen dat mensen wat meer openstonden voor wat er in de nieuwe wereld gebeurt.

Over twintig jaar is een nieuwe generatie aangetreden, dan zal het radicaal veranderd zijn. Ik maak wel eens de vergelijking tussen de eerste Italiaanse emigrant die naar New York komt en die de taal niet spreekt, en zijn zoon of dochter. Het verschil tussen de eerste en tweede generatie immigranten is enorm, veel groter dan tussen de tweede en de derde. Voor ons, de transitiegeneratie, is het allemaal spannend, verwarrend en eng. Dit is de digitale informatierevolutie en hij vindt nu plaats, voor onze neus.’

Eind mei verschijnt bij Springer Verlag The Onlife Manifesto, met nieuweessays van de Onlife-groep en een update van het project. Voor meerinformatie over de reeks Ons digitale leven zie hier.


Dit verhaal verscheen in De Groene AmsterdammerBeeld: Milo