Geplaatst door op 6 November 2013

ekekek

Hij is de 30 net gepasseerd, maar de Financial Times had dit najaar alle aanleiding een zaterdags lunchinterview te publiceren met Daniel Ek, de oprichter van Spotify. Deze dienst abonneert je op de muziek van je keuze, gratis met advertenties of betaald reclamevrij. Het is een van de schaarse niet-Amerikaanse internetdiensten die de wereld verovert. Ek hoort daarmee thuis in het rijtje Williams, Stone, en Dorsey van Twitter of Zuckerberg en Parker, die Facebook groot brachten.

Dat kon slechter voor een schoolverlater uit Stockholm. Toen Ek als begin 20-er bij Google solliciteerde werd hij afgewezen wegens gebrek aan  universitaire opleiding.  Dit krenkte hem zo dat hij zich voornam Google met eigen wapens te verslaan.

Daarin is hij aardig gevorderd. Spotify beheert nu een bibliotheek met 200 miljoen tracks. Gezien de weerstand  die hij ontmoette in  de muziekindustrie is dat een niet-geringe prestatie. Nog steeds denken sommigen dat hij de muziekindustrie definitief de nek om wil draaien met zijn gratis service. Maar het tegenovergestelde is volgens Ek waar. Spotify bedient 24 miljoen gebruikers en telt 6 miljoen abonnees. Een op de vijf klanten stapt over van gratis naar een betaald abonnement (10 euro per maand). Daarmee kan Ek naar eigen zeggen 500 miljoen euro uitkeren aan muzikanten en rechthebbenden. In Zweden omvat Spotify driekwart van de omzet in de muziekbranche. Dat neemt niet weg dat Spotify nog steeds verlies draait.

Jong en succesvol als hij is, heeft Ek een paar behartenswaardige adviezen voor wie wil weten wat de toekomst brengt. Ik ben van de eerste generatie die groot werd met internet, vertelt hij – breedband raakte in de jaren 90 gemeengoed in Zweden. Maar mijn 20-jarige broer ‘ heeft alweer een compleet andere opvatting van wat sociaal acceptabel is op het internet’. Zijn conclusie: luister naar nieuwe generaties, anders raak je gemakkelijk uitgerangeerd.

Disruptieve technologieën houden niet stil bij de muziekindustrie, waarschuwt hij. Met video gaat hetzelfde gebeuren als met muziek: mensen gaan beelden streamen zonder zich iets aan te  trekken van kabelaars of omroepen. Interessanter is nog de aanstaande ommekeer in de gezondheidszorg. Data gaan daar het grote verschil maken, vermoedt hij. Ek is een fervent self quantifier – hij meet z’n fitness en z’n slaapgedrag. ‘Over 30 jaar zullen we de manier waarop dokters nu werken bezien als een vorm van hekserij,’ zegt hij. Als de data van ons DNA beschikbaar komen, zullen er betere diagnoses worden gesteld en zal betere medicatie worden voorgeschreven. Ek besteedt zijn vrije tijd aan het lezen van papers over DNA en genetica. Over vijf tot tien jaar, voorspelt hij, komt de technologie beschikbaar om onze  ‘verprutste’ gezondheidszorg te fatsoeneren. Of Ek op dat vlak een bedrijf gaat beginnen, laat hij in het midden.

Internet staat nog maar aan het begin van haar opruiende kracht, meent Ek. Er komen binnenkort naar verwachting 1 miljard nieuwe deelnemers online. Daar valt met Spotify nog veel zaken mee te doen. Ook in dat opzicht houdt Daniël Ek ons een spiegel voor: op een globale schaal is de digitale revolutie nog maar net begonnen.