Geplaatst door op 3 July 2014

mensverbetering_575

De wereldwijde gezondheidszorg is een groeimarkt van jewelste. Technologiebedrijven als Apple, Google en IBM wrijven zich in de handen bij de kansen die e-health gaat bieden. Google-baas Eric Schmidt vergeleek het met de onontkoombare opmars van plastic in de jaren ’60. Meer data moeten leiden tot meer inzicht en betere diagnoses, overal ter wereld.

Geen wonder dat mijn dochter, die global health studeert, haar masterscriptie hieraan wilde wijden. Technologie gaat de gezondheidszorg een ander aanzien geven. Dan wil je wel weten hoe grote internationale bedrijven zich gaan gedragen. Hoe zorgen we dat patiënten zo veel mogelijk baat hebben bij de digitale mogelijkheden? En welke ethische vragen moeten dan beantwoord zijn?

Legio vragen voor een mooie en relevante masterscriptie. Maar de praktijk viel hard tegen. Sociale wetenschappers  houden zich met van alles bezig, maar niet met e-health. Het bleek niet mogelijk om twintig goede wetenschappelijke bronnen te vinden, ook niet internationaal. Een onderzoek naar het elektronisch patiëntendossier – toch een klein nationaal trauma – heeft ook weinig inzicht opgeleverd.

Er is veel onderzoek gedaan naar technische aspecten als toegankelijkheid. Maar hoe we kunnen zorgen dat e-health de patiënt bijstaat? De sociale wetenschap doet er het zwijgen toe.

Dat is niet alleen jammer voor mijn dochter, het is jammer voor ons allemaal. De sociale wetenschap boet in aan relevantie. Protocollen en peer reviews maken de dienst uit – in plaats van maatschappelijk belang. Sociale wetenschap wordt aldus een kwestie van recente geschiedschrijving; vooral leuk voor hobbyisten.

Dat is niet bij gebrek aan belangrijke vragen. De technologische opmars schreeuwt om bijsturing uit sociale en geesteswetenschappelijke hoek – anders bepalen techneuten hoe onze toekomst eruit ziet. Maar vooralsnog laat academia ons met lege handen staan – vervuld van zichzelf, niet van de toekomst.

Deze column verscheen in SER Magazine