Geplaatst door op 10 September 2013

‘Ik heb een stofzuigrobot gekocht, hij is geweldig’, mailde een vriendin. Haar enthousiasme zette mij aan het denken. Wanneer zou ik mijn hulp inruilen voor een robot?

De vraag komt dichterbij dan je denkt. Robots zijn aan een imposante opmars bezig. Beleefde Eindhoven deze zomer niet het WK robotvoetbal? En laten de Amerikanen het doden van terroristen niet steeds vaker over aan drones, ofwel vliegende robots? Ook de huishoudrobot maakt zijn opwachting. De Russische internetmiljardair Dmitry Grishin investeert er fors in. Hij verwacht dat de personal robot net zo succesvol wordt als de personal computer 25 jaar geleden.

Voordelen te over; de automatisering van saai, vervelend of gevaarlijk werk kan niet snel genoeg gaan. Maar het stelt ons wel voor nieuwe vragen. Want wat gaat mijn werkster doen als ik haar straks inruil voor een robot? Gaat ze dan ‘s ochtends jagen, ‘s middags vissen en ‘s avond schaapherden – om Karl Marx te citeren toen hij de communistische heilstaat beschreef? Of is de werkelijkheid minder prozaïsch en maak ik haar werkloos? Kan ze zich omscholen? En waarin dan wel?

Het is het voorbeeld van een vraagstuk dat levensgroot op ons afkomt. Futurologen voorspellen dat op den duur alle werk door machines zal worden gedaan – zelfs het werk van u en mij, hoe moeilijk voorstelbaar ook. Kunstmatige intelligentie vermag steeds meer. Amerikaanse economen spreken van een ‘race against the machine’, een wedloop tegen de automatisering, waarbij de werknemer (m/v) het steeds vaker aflegt. De machine is nu eenmaal betrouwbaarder en goedkoper.

Ook in Nederland gaan banen verloren. Na het lagerbetaald werk is nu de middenklasse aan de beurt, stelt SEO. Ik weet; de sociale parters zijn erg druk met de actualiteit. Hopelijk willen ze ook eens stilstaan bij de gevolgen van deze ingrijpende trend.

Deze column verscheen in het SER-magazine van september 2013