Geplaatst door op 4 October 2013

digitalnewage

Hoe ziet het betere burgermansbestaan eruit in 2033? Eric Schmidt, de ceo van Google, heeft wel een idee. In zijn boek The new digital age (link) schetst hij een ochtend in het leven van een westerse stadsbewoner (m/v) die op tenminste tien manieren wordt ondersteund door technologie die nu nog niet bestaat. Het ontbreekt nog maar aan een begeleidend lounge muziekje, zo cool&collected is de digitale toekomst a la Schmidt.

In zijn boek The New Digital Age  lees ik wat de baas van Google ons wil vertellen. Het is inderdaad prettig om te worden gewekt met een lichte massage en vers gezette koffie op het moment dat je precies voldoende slaap hebt behaald. En het is ook heel fijn dat je mails als een hologram voor je ogen verschijnen tijdens het nuttigen van een perfecte croissant. Dat je met een klein apparaatje kunt vaststellen dat je gestoten teen niet is gebroken en alleen licht gekneusd, is zelfs buitengewoon handig. Maar dat alles heeft een prijs. En die prijs luidt: data & bijbehorende identiteit.

Al deze nieuwe hulpmiddelen, die er beslist zullen komen, kunnen het niet stellen zonder gegevens die van jou afkomstig zijn; waar je van houdt, met wie je contact hebt, wat je werk vergt, enzovoorts. Schmidt, een van de grootste dataverzamelaars ter wereld, draait er niet omheen. In de toekomst zullen burgers de controle over veel van hun persoonlijke data kwijtraken aan het internet. So what, zullen sommigen denken. Maar Schmidt waarschuwt dat dit ook in real life niet zonder gevolgen zal blijven. Google heeft daar natuurlijk baat bij, want aan onze data verdient het bedrijf zijn geld. Maar de invloed van data zal volgens Schmidt veel verder reiken dan die advertentie voor een hotel als je zojuist over vakantiesites hebt gesurfd.

In de nabije toekomst zal onze identiteit steeds meer worden gedefinieerd door wat we online doen en met wie we daar verkeren, dus door onze ‘friends’ en ‘links’. Ons vastgelegde verleden bepaalt in sterke mate onze toekomstige kansen, schrijft `Schmidt. Ook zullen we steeds minder goed in staat blijken om het beeld dat anderen van ons hebben te beïnvloeden, laat staan dat we er controle over kunnen uitoefenen. Onze virtuele identiteit kan gemakkelijker worden gedeeld en beïnvloed door derden, omdat de elementen van die identiteit zijn opgeslagen in datawolken. Overheden zullen zich daaraan aanpassen. Straks, zo schetst Schmidt, hebben we allemaal een officieel profiel dat bestaat uit al onze accounts bij Facebook, Twitter, Skype, Google+, Netflix en bijvoorbeeld krantenabonnementen.

Zijn conclusie stemt tot nadenken: identity will be the most valuable commodity for citizens in the future, and it will exist primarily online. Logischerwijs voorziet hij een nieuwe zwarte markt waar mensen bestaande of verzonnen identiteiten kunnen kopen. Autocratische regimes krijgen gereedschap in handen om hun burgers op te sporen en het leven lastig te maken. Voor het bedrijfsleven en voor Google zelf heeft het natuurlijk ook gevolgen, al laat Schmidt dat onaangeroerd.

Voor gewone stervelingen is de boodschap niettemin helder. Data en identiteit zijn onverbrekelijk verbonden. We doen er goed aan ons te realiseren welke data we zomaar weggeven en wat ze over ons (zullen) vertellen, ook al hebben we niet eens door dat we worden verzameld en opgeslagen. We zullen moeten vechten voor onze privacy, als individuen en als burgers. Het is een teken aan de wand dat zelfs Eric Schmidt, de opperbaas van een van de grootste bedrijven voor dataopslag en verwerking ter wereld, ons daartoe oproept.